Wendy Arkenbout is hoofd van het Oefencentrum Noord (OCN) in Wijster en werkt inmiddels bijna acht jaar bij Bon Holding. Voordat ze bij Bon Holding terechtkwam, droeg ze al heel wat andere uniformen. In dit verhaal vertelt Wendy over haar pad naar het vak, wat ze doet en wat haar werk zo bijzonder maakt.
Een leven lang op zoek naar de dynamiek
Wendy’s loopbaan begon niet bij de brandweer, maar bij de Koninklijke Marine, waar ze zo’n acht jaar voer. Daarna stapte ze over naar de douane, waar ze een tijd in de communicatie werkte. “Ik ben opgegroeid tussen allerlei uniformen”, vertelt ze. Toch bleef er iets trekken: de dynamiek, de actie, het samen ergens voor staan. Ze meldde zich aan bij de brandweer in Den Haag en begon, zoals iedereen, aan de opleiding Manschap. Met een groepje van zes doorliep ze de opleiding en stroomde ze in op de kazerne. Ruim twee jaar draaide ze mee in de beroepsdienst.
“Je groeit een beetje op in die dynamiek”, zegt ze over haar tijd bij zowel de Marine als de brandweer. “Het maakt niet uit welke spanning je opzoekt. Bij de Marine was dat water: varen op het water, duiken onder water of hangen onder een helikopter boven het water. Bij de brandweer is het vuur. Maar het gaat mij echt om die dynamiek.” Het grotere doel speelt daarbij minstens zo’n grote rol, benadrukt ze: bijdragen aan de maatschappij en samenwerken om met een ploeg een klus te klaren.
Toen ze moeder werd, koos Wendy ervoor om de beroepsdienst los te laten. Ze bleef wel actief in het vak, onder meer met voorlichting op scholen over brandveiligheid: wat doe je wel en wat doe je niet bij brand. Via de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid in Dordrecht doorliep ze daarna bijna alle afdelingen die ze ook bij Bon tegenkomt: van de operationele uitvoering en een rol als instructeur, bij het Regionaal Opleidingsinstituut en een rol als productmanager. Uiteindelijk kwam ze terecht op het oefencentrum in Dordrecht als planner en sales.

Het noorden trok, de brandweer bleef
De liefde bracht Wendy uiteindelijk naar het noorden. “Toen werd ik verliefd, en dat zet natuurlijk je wereld op de kop”, vertelt ze. Ze besloot haar woonplaats los te laten, maar de brandweer bleek aan haar te blijven plakken. Via een goed gesprek en al haar opgebouwde werkervaring begon ze bij Bon Holding eerst met een interim-klus. Ze pakte daarna de flexibele schil op en groeide langzaam door. Inmiddels is ze hoofd van het oefencentrum: verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de plek waar brandweermensen leren wat ze in het echt moeten kunnen.
Achter de schermen van het oefencentrum
“We hebben het bij Bon vaak over de opleiding van de brandweer, en waarom je brandweerman of -vrouw wordt”, legt Wendy uit. “Maar zelf ben ik niet de operationele brandweervrouw: ik ben bezig met de bedrijfsvoering, met mensen, met mijn team. Hoe zorgen we dat alles hier goed loopt.” Dat betekent onder meer kijken welke oefenobjecten onderhouden of aangepast moeten worden, of waar iets nieuws moet starten, om zo te anticiperen op veilig kunnen trainen en in te spelen op de dynamische wereld van de brandweer. “Er verandert veel om ons heen: nieuwe technieken en tactieken bij het bestrijden van branden en ongevallen. Dat moeten wij als bedrijf blijven volgen. Als je kijkt naar de core business van de brandweer – het bestrijden van branden en ongevallen – dan moeten wij daar elke keer weer op inspelen. Met onze opleidingen, objecten, processen en mensen.”
“Ik merk dat als ik praat over mijn vak, ik glimmende ogen krijg en een glimlach op mijn gezicht.”
Dat inspelen gaat niet altijd vanzelf, zegt ze eerlijk. “Het gaat soms ook met horten en stoten. Als je dan ziet hoe we het hier samen voor elkaar hebben, en hoe we het hier samen ontwikkelen en daaraan bijdragen, daar ben ik trots op.”
Waarom verandering bij Bon Holding tijd kost
Volgens Wendy is dat vooral de tijd die nodig is tussen een signaal en de uiteindelijke uitwerking ervan. “We willen heel graag aansluiten bij wat er op ons afkomt: wat moeten we opnieuw ontwikkelen, opnieuw bouwen, aanpassen in onze processen. Maar dat kost tijd. Er zit gevoelsmatig een lange periode tussen het moment dat iets wordt aangedragen en de uiteindelijke uitwerking.”
Zo’n verandering moet begroot, besproken en afgestemd worden. Daar wil je vooral met elkaar draagvlak voor, zoals met de regio’s, maar ook de technische kant van het werk en het borgen van de veiligheid mogen daarbij niet vergeten worden. Een oefenobject aanpassen bijvoorbeeld gebeurt niet binnen een week: dat wil je samen testen en goed neerzetten, passend bij de planning en agenda’s van iedereen die erbij betrokken is. “Dat heeft niets te maken met dat we het niet willen. Je hebt gewoon een aantal stappen nodig voordat je bij een verantwoorde uitwerking kunt komen.”
Niet elk verhaal is een succesverhaal
Terugkijkend naar haar operationele tijd in de ploeg zegt Wendy: niet alles aan het brandweervak is mooi. Niet elke uitruk eindigt met een geslaagde redding, en sommige inzetten blijven je lang bij, ook bij collega’s onderling. Juist dat maakt het vak volgens haar zo intens: je doet het samen, voor een ander, en soms raakt dat je dieper dan je had verwacht. Het is een kant van het werk die niet vaak in de schijnwerpers staat, maar die er wel bij hoort.

Kleine ongelukken, grote lol
Serieus werk, en het samen blijven ontwikkelen op het oefencentrum, maar zeker niet zonder humor. Zo reed Wendy ooit per ongeluk achteruit tegen een tafel aan tijdens een ritje met een gloednieuw voertuig, de Leffert. “De rem reageerde niet snel genoeg, dus ik dacht dat ik op het verkeerde pedaal stond. Toen drukte ik nog harder op het gas.”
Ook het terrein zelf zorgt weleens voor bijzondere momenten. Zo werd er ooit een zwervende poes met kittens gevonden in de rookton van het stookgebouw, compleet met een pasgeboren kitten van nog geen tien minuten oud. Het hele team ging op zoek naar de moederpoes, voorzichtig om te voorkomen dat er per ongeluk geoefend werd terwijl de dieren nog binnen zaten. Uiteindelijk werden moeder en kittens overgedragen aan de dierenambulance.
Haar advies: nooit twijfelen, maar doen
Aan iemand die twijfelt om bij de brandweer te gaan, zou Wendy niet met een los advies komen, maar het gesprek aangaan: waar zit de twijfel precies, en wat kun je iemand meegeven over wat ze gaan leren en waaraan ze bijdragen. “Ik weet hoe het werkt, ik heb het allemaal zelf gedaan en ondergaan. Dus ik weet ook hoe het voelt, en wat je moet leveren. Daar kun je dan echt het gesprek over voeren.” Ze vraagt liever door naar iemands onzekerheid en enthousiasme, dan dat ze met een kant-en-klaar antwoord komt. “Nooit twijfelen, maar doen”, vat ze het zelf samen.